Het is booming.
‘De kinderen van Bhagwan’ en ‘Klinkt als een sekte’ (beide NPO) gaan door het dak op de socials. Iedereen heeft er iets over te zeggen. Velen zijn geschokt. Kwaad. Aangedaan. Ik bekijk het met fascinatie (niet de docu’s, wel de reacties).
En voel steeds opnieuw: deze verhalen zijn zo onnoemelijk gelaagd.
Ja, het is pijnlijk. Het is gruwelijk. Het had niet mogen gebeuren. Het gaat nog steeds door. Het mag niet gebeuren. Het moet stoppen.
Allemaal waar.
Maar zelf neem ik het niet als een uitnodiging om mijn pijlen op de ander te richten (op Osho, op Wim, op Frank, op eenderwelke beweging zelf). Niet omdat ik het goedpraat, maar omdat oordelen te makkelijk is. Ik zie verwarde mensen die een macht krijgen die hun macht te boven gaat. Én die 9 van de 10 keer écht geloven dat ze de wereld mooier maken met hun daden (zoals Trump dat vermoedelijk ook doet).
Gooi daar een charismatische narcistische persoonlijkheidsstructuur in de soep en je hebt echt een lekker recept voor problemen.
Ik heb jarenlang in verschillende vormen van spirituele communities gewoond en ken uit eigen ervaring hoe makkelijk het is om in een gemeenschap ‘op te gaan’ en een deel van je zelfdenkend vermogen te verliezen zonder daar bewust van te zijn.
Ik ken ook heel veel mensen die first-hand met thema’s en ervaringen van (spiritueel/sektarisch) misbruik in aanraking zijn gekomen. Zelf ben ik daar met grote dank aan mijn eigen opvoeding nooit zo vatbaar voor geweest, maar ik snap wel dondersgoed dat wij allemaal - stuk voor stuk - in staat zijn om in eenzelfde ‘fuik’ te lopen.
We vergeten dat ons zenuwstelsel geprogrammeerd is op verbinding en erbij horen. In een groep kan die overlevingsdrang ons kritisch vermogen simpelweg uitschakelen.
Ik neem het aan als een diepe uitnodiging om mijn eigen integriteit, verantwoordelijkheid en leiderschap onder de loep te nemen. Steeds opnieuw. Want ook ik begeef me in de vervreemdende positie dat mensen investeren (geld & tijd) om van mij te leren en dat als ik ‘spring’ zeg, er 30 mensen springen.
Dat neem ik niet voor lief en is een ‘macht’ om uiterst zorgvuldig mee om te gaan. Een ‘macht’ waar ook mijn ego, net als ieder ego, niet volkomen ongevoelig voor is.
Dus mijn oproep aan jou, zeker als je met mensen of kinderen (dat zijn ook mensen) werkt, is om jezelf flink achter je oren te krabben en in de spiegel te kijken.
Manieren waarop ik dat doe:
- Ik vraag mijn team om me (iedere dag voor de groep) bloedeerlijk te feedbacken
- Ik stuur de deelnemers feedbackformulieren en lees die altijd
- Als iemand ondersteuning nodig heeft (ook na de groep) dan bieden we dat
- Ik blijf zelf leren, letterlijk door opleidingen e.d. te doen, zodat ik 1) blijf ontwikkelen en 2) ‘de andere kant’ blijf voelen
- Ik zorg voor intervisie en supervisie
Wat doe jij?
PS: Als je al lekker op dreef bent, raad ik je van harte aan om de docu ‘The Vow’ op HBO te kijken; daar wordt je iets trager in het proces meegenomen. Ik adviseer ook altijd aan mijn team om deze docu te kijken zodat ze zich extra bewust worden van (subtiele) machtsdynamieken en de potentieel verstrekkende gevolgen hiervan.
Let’s stay humble, everyone.
